Home
Fietsen voor en door
A F R I K A
Acties Fietsen Reis-
verslagen
Interesse Kiekjes Aanverwante
sites

November 2006


Bari (Italie) - Komotini (Griekenland)

In het Italiaans havenstadje deden we er goed aan de prijzen van de verschillende ferry-maatschappijen even te vergelijken, wand de derde, Fast Ferries, was de beste en meer dan een derde goedkoper. Bari zelf was mooi en de straten georganiseerd als een dambordpatroon. Maar wie de oude stad niet zou binnenstappen, zou enorm veel missen: de gangen waar je doorloopt, doen je voelen dat je in de huizen van de mensen zelf rondloert. De was hangt overal uit en de buren vegen samen de steegjes tussen hun woningen schoon. Prachtig, overweldigend en intiem tegelijk.

De boot bracht ons in een stroomversnelling het water over naar het laatste Europees land dat we doorkruisen. Te koud voor Titanictaferelen op het dak arriveerden we om 6u 's morgens. Temperaturen van - 7 graden. Een andere fietsverstekeling die met een vroegere boot was toegekomen lag reeds in de haven te slapen. Wij deden hetzelfde. Een paar uur later leerden we Thibot kennen, ook een jaar onderweg met de fiets. Bekijk even zijn blog als je wil : http://thibo.top-depart.com (via deze blog, zie "album photo", "grece" vind je een foto van ons in de aankomsthal van Igoumenitsa). Hij moet nu ergens in Athene zijn en deed dus een andere weg met waarschijnlijk minder hoogtemeters, want het mag gezegd. Noord-Griekenland was vanaf de eerste minuut overweldigend zwaar, maar fascinerend mooi.

De nieuwe autostrade via Thessaloniki had ons met meer dan 30 kilometers tunnel en vele bruggen gemakkelijk naar Istanbul kunnen leiden. Het verbod voor fietsers en het feit dat ze nog niet af is, is niet de enige reden dat we via de oude weg vertrokken. We wisten vooral niet waar we aan begonnen ;-)
De eerste dagen deden we niet meer dan dertig kilometer per dag, aan een wandeltempo pedalleerden we gedurende 3,5 uur naar boven, langs toppen tussen 1000 en 2000 meter, om vervolgens op 20 minuten na een monsterafdaling terug beneden te zijn.
Onze route volgde een paar plaatsen die lokale bevolking de moeite waard vonden, maar we gingen ook naar plekken die ons interessant leken uit reisgidsen die we in Italie doorbladerd hadden. Aangezien we het Italiaans nog niet vloeiend beheersen, kan je raden dat we vooral op prentjes afgegaan zijn. De moeite hoor!

Eerst het hooggebergte, door de Grieken gekend als "de vloek" omdat het ook voor auto's loodzwaar is. Wij begrijpen waarom hier geen grote wielerwedstrijden bestaan. Daarna een vlakker deel dat toch iets van Belgie leek weg te hebben, vooral door dezelfde bomen en de landelijke agricultuur. Via een grote boog om de Thessaloniki, een 2 miljoenenstad te vermijden, passeerden we de bergflanken die een natuurlijke grens vormden met Makedonie en Bulgarije. Onze grootste tegenstander was nu de wind die via de valleien en heuvels gekanaliseerd in onze richting geblazen werd. Het leidde tot een prachtig meer. Vogels en vissers die om het meeste vis vingen, je kan raden wie ook zonder handgenaakte visnetten en fuiken kon winnen: de pelikaanvogels. Ook ooievaarsnesten verraden dat Plankendael nog bereikbaar is. Reigers zijn hier net zo courant als duiven op de kathedraal in A. Vossen en slangen zien we ook, helaas overleven zij de oversteek van een grote weg net zo weinig als de zwerfhonden en kikkers. De laatste relatief smalle landstrook tussen de zee en Bulgarije leidt langs diverse stadjes naar de grens van Turkije. Hier herken je steeds meer Turkse sfeer en door het studentenleven zien wij opnieuw wat jongere mensen die in de dorpjes geen werk vinden of zin hebben in de stad.

Wat betreft de gastvrijheid, deze is overweldigend! We menen op sommige momenten te kunnen spreken van een gast-verbonden-heid. Grieken staan erop dat we bij hen komen om koffie of ouzo te drinken, om feta, pitta of souvlaki te eten. Het gaat zover dat we ons eten, ingekocht in Italie, hier niet hebben kunnen klaarmaken. Je kan het al raden. Al die bergen die we hebben moeten doorkruisen, deden we dus met overvolle fietstassen. Eten wouden we niet weggooien maar de Griek stond erop dat we mee aan hun tafel schoven, hetzelfde telt voor onze tent. Een warm bed kregen we overal aangeboden, we hebben slechts drie nachten op drie weken in onze tent "mogen" slapen. Eenmaal hebben we werkelijk ruzie moeten maken met een vrouw die het niet wou aanvaarden dat we in onze tent zouden slapen, naast de kerk. Te koud, vond zij. Het was toen nog 15 graden. Dit veranderde wel snel. Enkele dagen later, wij ongeveer een week in Griekenland, onze eerste nacht op (gratis) hotel. Bij het opstaan opende Lea de luiken van het balkon, Kobe stond onder een koude douche (warm water was er niet), en wat zag ze: enkel witte bergen! Een ondergesneeuwd landschap. Wat nu?

Zoals we al zeiden, gastvrije mensen. Wij, met volle moed en de fiets door de sneeuw, op naar het volgende dorp. Koud was het niet door de beklimmingen, afdalen werd echter een pak frisser. De avond, en vele avonden erna, mochten we doorbrengen bij lieve Griekse families die de winter voor ons gezellig maken. We komen zowaar in kerstsfeer. Zo hebben we enkele dagen bij een familie mogen doorbrengen waar elke man Costa heette, Costas micros, Costas megalos, cousin Costa, bruder Costas... De zoon van de familie speelde boezouki, een klein gitaartje waarmee hij op griekse bruiloften optreedt. Wij werden beloond met een prive-optreden. We hebben bij een andere familie gelogeerd waar de zoon Jorgos icoon-schilder is. Een indrukwekkende job die veel tijd en precisie vraagt. Orthodixe kerken en griekse huizen hangen vol met deze schilderijen en fresco's. We hebben een nacht doorgebracht bij twee neven die zelf alcohol stookten om een typische griekse "jenever" te brouwen (tzipolo). In een klein zelf gebouwd huisje hebben we samen met hen uren rond de ketel gezeten en gepraat over het leven. Elke Griek zoekt zijn of haar bezigheid om de winter door te komen. Doordat we bijna enkel door kleine dorpen fietsen valt ons dit heel erg op. Mensen verzamelen hout, komen samen rond de kachel in het plaatselijke cafeetje, spelen kaart en slapen heel wat af. Wij lijken hier wel de meest actieve mensen.

Zo zaten wij ook als eerste in een orthodoxe liturgie op zondag. De pappas, orthodoxe priester, had ons uitgenodigd voor de zondagsmis die om 8 uur begon. Wij braaf op tijd ontdekten dat de plaatselijke bevolking gedurende 2 uren slechts bij mondjes maat de kerk binnen liepen. Na 3 uren zat de liturgie erop. Wij hadden niets verstaan maar wel genoten van de gezongen gebeden (die klinken als de gebeden die je soms in Arabische landen hoort via de minaretten). Wat ons verder verbaasde: de pappas mag hier getrouwd zijn. We hebben enkele dagen doorgebracht op een pelgrimsoord Niet te begrijpen dat wij konden overnachten in een gebouw met 50 bedden, 3 keer zo groot als de kerk. Dit hebben ze kunnen financieren met de opbrengst van de kaarsjesverkoop alleen!!!! Wees gerust we hebben er ook 1 voor jullie gebrand. De pappas en zijn vrouw die ongeveer onze leeftijd hadden, waren toffe mensen met een open visie over het geloof. Interessante gesprekken werden gevoerd terwijl Lea linzensoep leerde koken, Kobe zijn Duits kon oefenen en het buiten pijpenstelen regende.

Duits lijkt hier de tweede taal te zijn. Echt, bijna elke Griek die we ontmoeten, heeft een of meerdere jaren in Duitsland doorgebracht. Na Stuttgart, Munster en Aachen is ook Verviers, Brussel en Charleroi bij de meesten gekend. Helaas hebben ze daar vaak arbeid moeten verrichten die inwonders van het gastland weigerden te doen (bv. in papierfabriek werken met een overmaat aan chloordampen die de ogen aantasten). Vele Grieken zijn daarna, met iets meer geld, kunnen terug keren maar ervaren vele problemen met hun minder goed sociaal systeem. Zij behoren tot Europa, betalen met de euro maar vinden de dagdagelijkse dingen te duur geworden. We hebben mensen ontmoet die geen ziekteverzekering kunnen betalen, die geen werkloosheidsuitkering krijgen, die gestudeerd hebben maar geen werk vinden. We hebben mannen ontmoet die ook geen vrouw kunnen vinden. Een grappig maar ernstig probleem, de mannen zijn zo tuk op hun dorpje met traditionele watermolens maar vinden geen vrouw die hen wil vervoegen in hun klein paradijs, zo zeggen ze zelf. Bovendien willen zij bij de mama en papa blijven wonen, een gewoonte die we al vaker in het zuiden zijn tegengekomen.

In Italie leken we voor de inwoners soms Roemenen, in Griekenland is men meer bevreesd van rondzwervende Albanen die een beter leven zoeken over de grens. Eenmaal duidelijk dat wij van Belgie komen, waren de mensen zelden nog bang. Niettemin kregen wij vaak de waarschuwing mee dat we moesten oppassen voor de "Albaniers". Wij zijn deze soms tegen gekomen en hebben gemerkt dat ze in armoede leven, waarschijnlijk steeds weggejaagd worden van het ene naar het andere dorp. Op sommige plekken vinden ze soms werk, vooral als schapenherders, en staan ze bekend als harde en goedkope werkers. Telkens opnieuw beseffen wij steeds weer wat voor een luxe wij hebben, doordat we "toevallig" in Belgie (of Duitsland) zijn geboren. Op een manier voelen zij zich verwant met ons reizigers, net zoals truckchauffeurs, leger en politie, toeteren zij ons het meest enthousiast na.

Wij zijn Griekenland bijna uit en klaar voor deel 2 van onze reis, Turkije-Syrie-Jordanie. Het Horizon-trekkingmateriaal helpt ons de winter te overleven. De Mintjens-fietsen doen het nog altijd uitstekend als favoriet vervoersmiddel, maar we moeten toch iets bekennen.
Eenmaal dachten we dat de weg te steil en te gevaarlijk was om op een smalle rijstrook naar boven te klauteren zonder mogelijkheid om te rusten wegens vangrails. Dus kozen we voor een lift. Tien minuten geduld en een busje uit Roosendaal stopte (ingevoerde wagens uit onze contreien kennen hier een tweede leven). Een uur later waren we kotsmisselijk van het kronkelen tegen hoge snelheid over de bergweggetjes. Vriendelijk hebben we bedankt en gevraagd om op eigen kracht door te gaan.
Ons is het duidelijk: fietsen gaat boven alles.


Veel liefs,
Lea & Kobe