Wat we die nacht niet hebben gezien, zien we de volgende dag bij het ontwaken in volle glorie: de witte woestijn, de enige van de hele wereld waar het zand eruit ziet als sneeuw en bestaande uit prachtige rotsformaties en uitzichten. Lea is verder opgelucht dat ze haar eerste nacht in openlucht heeft overleefd: geen schorpioenen of hyena's (terwijl deze laatste hier zelfs niet voorkomen).
We leggen 35 km af en arriveren 's middags in Farafra. Weerom mogen we 3 euro betalen voor een camping maar deze keer met zwembad. Een frisse duik doet ons goed (al vindt Kobe het vrij snel te koud water). Nadien wandelen we door de dorpsstraat, eten een koshari, doen inkopen voor onze volgende etappe en bezoeken een lokaal museum. De kunstenaar heet Nadr en beeldt het dagelijks leven van de mensen in de oasen uit met behulp van klei en verf. Zeer expressief. 's Avonds zijn we te moe voor een spelletje en wat lastig door de vele muggen (die zich allemaal verzamelen in de oasen), we kruipen vroeg in de tent. Lea heeft ook wat last van jeuk en krijgt steeds sterker het vermoeden dat we enkele vlooien meehebben die in het stationnetje overstapten van de trein op onze fiets.
Dinsdag 27 maart
Als we zoenen hebben we een nieuw probleem: onze pijnlijke neuzen (door meermaals verbranden). 't Is weer 30 graden, geen wolkje aan de lucht en een warme wind uit het Zuid-Oosten. We zijn op weg naar de 3de oase: Dakhla. Gisteren zei men in het hotel dat de khamseen voorbij is voor dit jaar... benieuwd of dit waar is.
Farafra uitfietsen is zeer mooi. Vele kleine dorpen in het groen. Allemaal huisjes uit mud-brick (ongebakken modderstenen) en overal was die buiten hangt te drogen, vrouwen en mannen die samenzitten, kinderen die met steentjes en banden zich amuseren... En velen die ons met een grote glimlach "selaam" toeroepen. Sommigen die ons wuiven om thee samen te drinken, niemand die roept om "money" of "bakchish". Weerom zijn we zo blij dat we voor deze woestijnroute hebben gekozen, en niet voor de route langs de Nijl.
Wanneer we Farafra bijna verlaten hebben, blijkt Kobe platte band te hebben. We bollen nog zover we kunnen om dit zonder te veel publieke belangstelling te kunnen herstellen. Het plakwerk gaat vlotjes. Lea durft vandaag voor het eerst een voorbijrijdende tractor vast te grijpen en zo een stukje, zonder trappen, vooruit te geraken. Ze moet echter los laten wanneer ze een vlooi flink voelt bijten. Achter een muurtje schudt ze al haar kleren uit, de vlooi wordt daarna eindelijk ontdekt en met veel plezier gedood. Helaas, Kobe zit ook met jeuk.
Tijdens onze middagpauze genieten we van een nieuwe uitvinding: ons schaduwafdak. We hebben lintjes aan ons picknickdoek gehangen en bevestigen die tussen onze fietsen. Zo overleven we de warmste uren tijdens de middag wanneer we geen schaduwplek kunnen vinden. Onze pauze wordt trouwens steeds langer. Van 12.30u tot 15u stappen we de fiets niet op. Dan rusten we, eten we en lezen we wat. Zo weinig mogelijk bewegen is de boodschap. Kobe leest vandaag in Lonely Planet dat de Nijl ontspringt nabij Lake Victoria in Oeganda. We volgen de Nijl dus tot de bron, kwestie van onze reis nog wat poetischer maken.
In de namiddag fietsen we door een adembenemend landschap van zandduinen. Het zand is geel-bruin-rood en mooi golvend. We begrijpen waar het woord "sandsea" vandaan komt. Na een flinke klim ogen we afdalen in misschien een van de meest indrukwekkende landschappen die we ooit gezien hebben: voor ons, onder ons, naast ons niets anders dan zand. Een enorme vlakte die bijna beangstigend is. Moeten wij hier door? Niettemin valt ook dit goed mee en bereiken we al gauw een kleine maar o zo mooie oase (Abu Minqar) waar we twee keer door een politiecontrole moeten. Na dit dorpje besluiten we dat de dag erop zit. Met 106km in de benen vallen we gelukkig in slaap.
Woensdag 28 maart
Te harde tegenwind. Nog 185km te gaan tot Dakhla en momenteel lijkt deze afstand reuze ver. De stevige zandwind zorgt ervoor dat we de hele tijd met een vervelende kriebel in onze neus zitten (net alsof je moet niezen) en de tranen rollen over onze wangen. Na 20km geven we het op. We zetten onze binnentent op om toch een beetje beschermd tegen het zand te zitten. Niettemin, het is snoeiheet in de tent. We maken middageten: rijst met groentjes en curry. We hebben echter een curry gekocht die waanzinnig heet is (nog heter dan de temperatuur buiten) en we staan dus in brand. De minuten tikken traag voorbij, wij tellen af tot de avond en bewegen zo weinig mogelijk. Om 18u lijkt het tij te keren, de wind te draaien en wij zien het weer volledig zitten. We springen op onze velo-cabrio en leggen nog vele kilometers af. Doodmoe om half twaalf in onze "sarcofagen" gekropen, na een laatste elektrisch slaapzoentje. Sinds we ons in de woestijn bevinden, zijn we trouwens elektrisch geladen. Zo sterk dat Lea haar vest licht geeft als ze die uittrekt.
Donderdag 29 maart
Opstaan is moeilijk deze ochtend. We stappen moe op onze fiets om 7u. Grote dorst en dus maar al te blij dat we nog water kunnen bijtanken naast een moskee onderweg. El-Qasr, het eerste dorp in de Dakhla oase is slechts 95km van ons verwijderd maar we denken dit voor morgen te laten. Vandaag wat rustig fietsen, lang pauzeren en nog een nachtje in de woestijn. Wat een goed idee blijkt. Het is immers snikheet, misschien wel meer dan 40 graden en we krijgen niet echt de kans om rustig te pauzeren. Omdat we dicht bij een kleine oase zitten komt er veel volk langs en durft er wel al eens een "lokale" naast ons te komen zitten. Dat wil zeggen, naar ons komen staren. We voelen ons daar een beetje ongemakkelijk bij en weten ook niet goed of we dan moeten delen in ons drinken en eten. We hebben immers wat schrik dat er dan nog veel volk zal komen opdagen of dat wij niet genoeg bij hebben (ons brood is immers al zo "afgeteld"). Even later worden we bij een politiecontrole ook uitgenodigd op thee en omdat we al wat slapjes en dorstig zijn, aanvaarden we dat met veel plezier. We beseffen dat het gek is dat we eerst geremd zijn om onze eigen mondvoorraad te delen en nadien wel thee aan te nemen. Vandaar dat we de rest van de dag nog veel praten over cultuurverschillen.
We vinden vanavond amper een goede plek om te slapen. Vele hoge duinen maar te zwaar om onze fiets daar door te duwen. Na lang zoeken komen we op een goed plekje uit en besluiten we in open lucht te slapen. De wind komt echter snel opzetten en binnen enkele uren ontstaat er een zware zandstorm. De khamseen voorbij? No way! Hij was sterker terug dan ooit tevoren en dat hebben we deze nacht mogen beleven. Onze tent vloog bijna de lucht in, met ons erin. Het zand vloog zo sterk tegen de tent! We hadden al eens ergens gelezen dat een uur in deze storm de lak van je auto er kan afschuren. Nu kunnen we dat pas echt begrijpen. Waarom hadden we niet tot het volgende stadje doorgefietst? Omdat we graag in de woestijn slapen en genieten van de sterrenhemels...
Vrijdag 30 maart
Slapen zat er voorbije nacht niet echt in. Maar enkele uren voor de zon opkwam plots muisstil. De storm was gaan liggen. Deze nacht is het amper afgekoeld, onze chocolade is nog altijd gesmolten en dat spijt ons diep. We zweren nooit meer Cote d'Or chocolade te bewaren om er later van te genieten maar hem dadelijk te nuttigen vooraleer hij smelt. Uitzonderlijk staat er vanmorgen chocopasta op het menu.
Wij leggen zonder problemen de laatste 20 kilometers af om dan aan te komen in het mooiste oasedorpje van onze hele route: Al-Qasr.
De oaseroute is niet enkel fantastisch omwille van haar natuur. Er is ook veel geschiedenis en cultuur. We bezoeken de Al-Muzawaka tombs en bewonderen hoe intact de mummies na duizenden jaren nog in hun graven liggen.
Mohammed, alias Honda, baat een gezellig hotelletje uit en is zo eerlijk gebleven zijn prijzen de laatste jaren niet te verdubbelen. Volgens de gastenboeken is dit 'the place to be' en dit overtuigt ons hier in te checken. Het ontbijt is prima en we krijgen kamelenmelk aangeboden. Eens wat anders...
's Middags maken we de lekkerste salade: smaakvolle komkommertjes, tomaten en heerlijke sappige meloenbolletjes. Daarbij libanees brood, humus en appelsien. In de oases verbouwen ze enorm veel fruit en dat weten wij dus te apprecieren. Fris en dorstlessend. Dat mag wel want de temperaturen blijven maar stijgen, om onze koorts te meten moeten we de thermometer eerst onder water afkoelen. In de schaduw wil hij niet zakken onder 38 graden Celsius.
We genieten van "Bedriegers bedrogen", ons laatste nieuwe gezelschapsspelletje, en passen het aan met enkele varianten.
In de namiddag bezoeken we de oude stad. Dit Islamitische gedeelte van de stad lijkt 100% te passen bij het leven in de woestijn. Huizen van modderstenen staan dicht bij elkaar, op en onder elkaar. De doolhof die ze vormen, beschermen tegen de hitte en de zandstormen. De constructies zijn vaak primitief met palmhout als steunbalk of gevlochten vensterramen. Boven de deur zijn prachtige lijsten met Arabische opschriften te lezen of te bewonderen.
Het contrast tussen de oude minaret en de nieuwe witte toren van het aangrenzende nieuwe dorpsdeel is prachtig.
Honda vertelt dat ze daar vroeger allemaal in woonden, soms met 20 in een huis. Dat waren de goede oude tijden (het lijkt wel of overal te wereld mensen het vroeger beter vonden). Iedereen leefde samen, at samen, deelde in alles. Nu heeft alleman een eigen huis en heb je veel geld nodig om een vrouw te vinden en te mogen trouwen, dixit Honda.
Zaterdag 31 maart
Een rustdag die ons beiden deugd doet. Tijd om te wennen aan de hitte (Honda vertelt dat deze temperaturen normaal enkel voor putje zomer bestemd zijn, maar ja... ), ons lichaam wat te verzorgen (zand en zon zorgt voor heel wat slijt) net zoals onze fietsen. Kobe sleutelt aan de fietsen, Lea doet de was en haalt de zakken eens ondersteboven. Alles wat uitgelopen of gesmolten is wordt afgewassen of in een nieuw zakje gestoken.
Het oasenleven bestaat vooral uit agricultuur. In de namiddag maken we een wandeling tussen de boeren met strohoeden, die gebukt in hun groene velden, gewassen kappen. Kinderen volgen ons opgewonden en moeten zonder reden toevallig telkens langs ons passeren op hun ezel. Met de verrekijker in de hand spotten we de mooiste vogels: honderden witte reigers, kluten aan de meren of bronnen, plevieren in de lucht. Maar het bijzonderste van al onze ontdekkingen is de Hop. Een zwart-bruine en witte vogel die een gigantische kuif kan opzetten om als op de helm van een Romeinse veldheer.
's Avonds kruipen we op tijd in bed want we zijn nog altijd wat moe. Bovendien zal de nacht voldoende onderbroken worden door het "geroep" van de moskeeen.
Zondag 1 april
Er is er een jarig hoera hoera. Lea verjaart vandaag en dat mag ze vieren in het groen met haar grote liefde van haar leven. Omdat Lea graag kinderboeken uit het buitenland heeft, gaf Kobe haar een verhaal over kamelen uit Egypte. Het lot wou echter dat ze dit al ontdekt had bij het uitsorteren van de fietstassen. Gelukkig kon hij haar nog wel verrassen met een ketting van noten. Een betere poging iets met eten te doen dan een paar jaar geleden: het verjaardagsgeschenk met worteltjes was toen volledig beschimmeld voor Lea ervan kon genieten.
Lea krijgt niet enkel vandaag, ze deelt ook uit. Haar dikke winterjas schenkt ze aan Honda. De fietstas weer wat leger maar niet lichter door de flessen water die nu in de plek komen.
We hebben pech, een grote groep toeristen heeft plots het hele hotel nodig. Wij moeten dus opschorten en trappen naar Mut. Een korte fietstocht van 30 kilometer maar langs een leuke parallelweg aan de hoofdbaan. We passeren in Qalamun een oud Islamitisch kerkhof. Lea schiet vele foto's, het is ook werkelijk prachtig.
Mut bevalt ons minder dan Qasr. Het Gardenhotel is ok. We zijn de enige gasten en hebben het dakterras voor ons alleen. De tuin vol palmbomen vult zich elke avond bij zonsondergang met alle reigers van de oase. Indrukwekkend, de volle maan maakt het plaatje alleen nog maar vollediger. Het herinnert ons aan Nuweiba, waar we precies een maand geleden ook genoten van de volle maan aan de horizon.