"You have a crazy marriage," zeggen ze tegen Lea, wanneer Kobe het niet afslaat om een ritje te maken met de bakfiets vol sandwichen. Kobe amuseert zich en roept: "Arba'a, wahit guiney!" Wat zoveel wil zeggen als vier stuks voor een pond. In heel het dorp was al rondgegaan dat we met de fiets uit Belgie gekomen waren. Helemaal verrast om Kobe op een bakkersfiets te zien, waren ze in de hoofdstraat dus niet meer...
Mut heeft ook een oud stadsgedeelte en we beklimmen de citadel in de namiddag. Redelijk vervallen allemaal maar het uitzicht vertelt alles. Volledig groen tot de rand van de oase en dan plots geel, geel, geel van het Saharazand (tot aan het einde van de wereld lijkt het).
Dinsdag 3 april
Vertrokken voor het ontbijt in het hotel geserveerd werd, 6u30. Maar Mohammed had gisteravond nog wel een knapzak in de plaats gebracht, lief.
De tegenwind maakt ons wat bang dat we Kharga niet in drie dagen zullen halen. We besluiten toch zeker 70 km te doen, het worden er 116. De oase verrast ons met nog een paar authentieke piepkleine dorpjes alvorens weer in de woestijn te zitten. Dat deze zandvlakte oneindig is, dat mag geweten. We raden af en toe de afstand tot een bepaald punt in de verte. Deze namiddag gokte Kobe de afstand tot een mooie berg langs de weg op 1,5 km. Lea hield meer rekening met het feit dat we meestal afstanden onderschatten zei dus: 2,5 km. Lachwekkend! Pas na 8 km passeerden we de voet van die berg...
Woensdag 4 april
Onze gebeden dat de khamseen weer mocht opsteken werden niet verhoord. Die zou anders een heus duwtje in de rug betekenen vandaag.
De overheid heeft in de 60'er jaren het plan gehad veel volk naar de oasen aan te trekken. Vooral in Kharga is dit gelukt. De geplande metamorfose wordt steeds zichtbaarder. Maar of het mooi is, is iets anders. We passeren eerst aan Tartur, een dorp dat veel weg heeft van een legerkazerne. Rechte rijen betonnen huizen en niets gezelligheid.
Het is warm en ons eigen gespannen afdakje tussen de fietsen is tijdens de middagpauze broodnodig. De politie parkeert zich schaamteloos aan de overkant van de straat. Terwijl we eten staren ze ons aan "voor onze eigen veiligheid". Na meer dan 1000 km in Egypte mogen we niet meer alleen.
Kobe heeft het snikheet en puft wat af. Lea houdt zich sterker. Ze is een beetje blij dat de warmte een doodsteek voor ons allebei is, terwijl de bergen misschien eerder een kwelling voor haar alleen waren.
De politie volgt ons onafgebroken tot en in Kharga. Wij zoeken een hotel aan redelijke prijs maar zijn verre van vrij. Zo gauw we ergens binnengaan, springt een politieman mee uit de wagen en gaat handen schudden met de eigenaars. We ondernemen vele pogingen om te zeggen dat we geen begeleiding hoeven. Maar dat loopt meestal uit in "Tamam, tamam" (= oke, ok) en sturen dan politie in burgerkledij achter ons aan.
Donderdag 5 april
Morgen vertrekt de enige en wekelijkse trein naar Luxor. Kobe wil al lang eens op een trein zitten hier. Voor alle veiligheid fietsen we al vroeg naar het station om te controleren of hij wel degelijk zal rijden. Wat een tegenslag! Hoe of waarom is onduidelijk, maar hij zal niet rijden. We druipen teleurgesteld af en moeten ons in een klap motiveren om 350 km extra af te zien in de woestijn.
Dadelijk hakken we de knoop door om nog vandaag na de middagzon te vertrekken. We doen inkopen en pakken in. We filteren massa's water. 26 extra kilo's op de fiets.
Als we doorgaan vertrekt een schijnbaar onschuldige hotelklant met ons. We kunnen het amper geloven, geheime politie wiens taak erop zit. De toeristen zijn immers weg.
De politie hier communiceert niet. Elke patrouillewagen die we gisteren of vanmorgen konden duidelijk maken dat we alleen willen fietsen, begrijpt dit na 2 of 3 pogingen. Maar elke nieuwe patrouillewagen die onze weg kruist maakt rechtsomkeer en treitert ons kilometers lang. De laatste wagen is nog onnozeler. Om te camoufleren dat ze ons niet volgen, veinzen ze autopanne of tanken water aan een moskee waar wij net voorbij komen. Het leuke fietsen is voorlopig gedaan. We voelen ons geremd om even te pauzeren en zien het niet zitten om hier langs de weg in het wild te kamperen. We zijn op zoek naar de afslag naar Luxor. Die ligt volgens de kaart op 58 km ten zuiden van Kharga maar we moeten ontdekken dat dit een vergissing is. Pas na 73 km zijn we er (en de politie dus ook).
Het is 21u en we mogen niet meer vertrekken van de wegcontrole. We stellen de tent op naast de controlepost. We eten en wassen ons gauw want morgen willen we vroeg vertrekken.
Vrijdag 6 april
5u00: de wekker gaat.
6u30: we zijn weg (en zonder politie WAUW) nadat de wegcontroleurs even navragen of we voldoende eten en drinken bij hebben.
6u35: we zitten al in korte broek en T-shirt
7u00: de wind steekt op
En helaas is ze sinds gisteren gekeerd om weer goed tegen te zitten. De zon doet haar werk en om 11u zijn we al uitgeput. Onder een betonnen constructie langs de weg besluiten we te schuilen. We zweten ons te pletter. Het water dat we drinken kan de dorst haast niet lessen. Het is smoorheet, broeiend warm. Het is hier een sauna zonder koud bad of douche om af te koelen. De temperaturen tippen bijna halfweg kookpunt.
Om halfvier verplichten we ons weer verder te gaan. Deze weg is volledig onbewoond maar gelukkig zijn er om de 55 km politieposten waar we water kunnen vinden.
Tegen zonsondergang geraken we aan de volgende post. De mannen daar zijn supervriendelijk. Ibrahim had ons al zien fietsen tussen twee andere oases en juicht ons toe. Hij biedt thee aan en een douche. Allen willen ze dat we blijven slapen. Maar we riskeren het niet. De warmte en wind zijn vanavond te doen dus moeten we doorfietsen. Luxor is nog zo ver!
In het donker doen we er nog 26 km bij. We gaan echt in het rood en zijn doodop. We worden soms wat kort tegen elkaar maar weten gelukkig hoe dit komt. Lea maakt het bed op, Kobe filtert nog water voor de volgende dag. We hopen dat het morgen weer gaat lukken. Er zijn voordien immers nog al zware momenten geweest deze reis.
Zaterdag 7 april
Ongelooflijk, de khamseen is terug! We vliegen er vandoor met het zand in de rug (en deze keer dus niet direct in de ogen en mond). De westenwind helpt ons non-stop door te trappen. De hitte op het middaguur valt beter mee dan verwacht. De khamseen doet zoveel zand opwaaien zodat de zon achter stofwolken zit en minder fel op onze schedelpan brandt. Voor het middageten is de zandstorm dan weer minder aangenaam. Het lukt ons amper een appelsien te eten en brood smeren gaat al helemaal niet. We eten dan maar (zand)koekjes en slaan de middagpauze over.
Lea motiveert Kobe om zo lang en ver mogelijk door te gaan, ook al zullen we dan totaal oververmoeid in Luxor arriveren. We hebben constante dorst, onze maag doet pijn van het vele drinken. We voegen citroen of ORS-zakjes bij het water om zoveel mogelijk vocht te kunnen opnemen. Vandaag hebben we wel 30 liter water gepompt en gedronken, maar niemand van ons is meer dan eenmaal gaan plassen.
Veel kijken naar de omgeving zit er niet meer in. We concentreren ons enkel op vooruitgeraken. Als we even uitpuffen langs de kant stopt een taxichauffeur die roept: "my friends, my friends, everything allright? I saw you in Bawiti, Farafra, Dakhla, Kharga!" Hij was nog nooit eerder gestopt maar nu bood hij drinken aan en lachte ons toe omdat we deze route fietsen. Anoniem zullen we ook in deze woestijn nooit helemaal zijn... Ibrahim had verteld dat er gemiddeld niet meer dan 5 fietsers per jaar passeren. Hoogstwaarschijnlijk sluiten wij dit jaar de rij?!
Ook vandaag fietsen we langs enkele politiecontroles. Bij de eerste controle filteren we ons water ter plaatse. De agenten begrijpen er geen snars van. Waarom water overpompen vanuit onze waterzak in de flessen ipv ze rechtstreeks te vullen? Bij de tweede controle, gaat men verwoed op zoek naar de nummerplaten op onze fiets... Vervolgens wilt een agent Lea haar fiets even proberen maar knalt dadelijk tegen de eerste kegel aan!
We fietsen 127 km bij elkaar en zaten langer op ons zadel dan eender welke dag tevoren. Onze zitvlakken zien af. We hebben al enkele dagen zadelpijn en Lea heeft ook open wonden. Het zand werkt als schuurpapier op de huid.
Hoe dichter we bij Luxor geraken vandaag, hoe beter denken we. Misschien kunnen we de laatste etappe dan nog in een ruk doen. Maar we hadden beter 2 kilometer vroeger gestopt: plots komen we aan een overbevolkte stopplaats. Omdat we zo moe zijn fietsen we dit nog voorbij en gaan er niets meer drinken. Wat verderop leggen we ons neer achter een heuveltje. Heel de nacht rijden grote trucks op en af van de Nijl naar deze plek. Gezellig is anders...
Zondag 8 april
Vroeg opgestaan met de eindmeet in zicht. De woestijn uit was een lange afdaling richting Nijlvallei. 30 gemakkelijke kilometers. Arriveren aan de Nijl was echter teruggeworpen worden in de bikkelharde realiteit. De straat die stilaan verandert in een waar vuilnisbelt met levende of dode honden ertussen. Honden zijn sowieso absoluut niet de grootste vrienden van fietsers, ze verwelkomen je altijd met gegrom en geblaf en spurten naar je toe. De oevers van de Nijl zelf, nog nooit hebben we zoiets gezien: allemaal mudbrickhuizen langs de rivierloop en de vele zijkanaaltjes. Verder staat het vol met suikerriet en palmbomen tot aan de waterrand. Overal roepen kinderen onafgebroken "Hello-hello" en hier en daar doen vrouwen de was in de Nijl. Wat betreft de kinderen, van andere fietsers hadden we vernomen dat deze bengels stenen durven gooien. Daar hebben we gelukkig geen last van. Misschien komt dit wel door de parasieten (= politie) die ons terug volgen. Deze parasieten zijn wel grappig. Ze vinden het niet snel genoeg gaan en stellen voor onze fiets achterin mee te nemen. Daarvoor is onze fierheid nog net te groot. De laatste kilometers in Egypte met een lift? Nee hoor. In de plaats daarvan wil een agent Kobe's fiets overnemen. Hij valt geen 5 meter verder op de grond. Hij lacht groen en beweert dat zijn geweer hem hinderde op de fiets. Wij weten beter: de fiets was te zwaar voor hem. De chauffeur vindt het goed dat Lea even aan de pick-up aanhangt en probeert het tempo op te drijven. Kobe schakelt met plezier wat zwaarder en probeert voor hen uit te fietsen.
Na 20 km Hello-hello-geroep arriveren we in Luxor. De politie heeft het niet moeilijk met ons los te laten, wij mogen zelfstandig de brug over naar de rechteroever.
In de eerste plaats zijn we enorm verbaasd door het contrast. Niet alleen met de woestijn, maar ook met de buitenwijk die we kruisten. De rijkdom die het verleden uitstraalt en de hedendaagse armoede. De lokale bewoners en de toeristen uit de vijfsterrenhotels.
Wij weten wat ons te doen staat de eerste dagen: slapen, bekomen, eten en de zon vermijden. Ons hotelletje (weerom voor geen geld) ligt ergens in een achterstraat waardoor we de lokale sfeer goed kunnen opsnuiven. Een zanderig straatje vol met kinderen, kleine winkeltjes en was die buiten hangt te drogen. Voor ons is het hebben van een kamer en een douche een ware luxe en het idee om hier een tijdje te mogen blijven een zaligheid.
We hebben niet eens door dat het Pasen is tot onze ouders van zich laten horen! Ook in Egypte is dit een feestdag, merken we voor de paspoortoffice. De deuren zijn er gesloten. Hopelijk kunnen we dinsdag, na paasmaandag, ons visum verlengen, want dan is de uiterste limiet van ons entry-permit verstreken!
Voila, tot hier ons dagboek uit de woestijn. Egypte is voor ons (gelukkig) nog niet gedaan maar de fietsroutes door de twee woestijnen wel. We kunnen ze weeral aanraden aan iedereen die graag fietst en minstens 2 weken tijd kan vrijmaken. Maar misschien kies je toch best een net minder warme periode! Daarenboven is Egypte ook een zeer toeristisch land, maar zou gauw we de toeristische lokaties verlieten, merkten we daar al snel niets meer van. De mensen die we ontmoetten zijn open, bescheiden en hartelijk.
De ontmoeting met deze mensen van een andere cultuur, stellen ook onze eigen cultuur in vraag. Zo waren eergisteren op bezoek bij Mohsen thuis, een vriend van het hotel, en hij vertelde ons dat Westerse mensen hier als "cold people" worden beschouwd. Ze sluiten zichzelf op, kennen niet iedereen uit hun straat en delen niet wanneer ze eten of drinken. Dat wij meer geld verdienen, lijkt hen niet per definitie tegen de borst te stoten. Ze vinden het veel belangrijker dat de gemeenschap om elkaar geeft en naar elkaar omkijkt. Iets wat wij op onze beurt bijna bemoeizuchtig kunnen vinden.
Ook na 9 landen verder, blijven deze verschillen ons fascineren!