Home
Fietsen voor en door
A F R I K A
Acties Fietsen Reis-
verslagen
Interesse Kiekjes Aanverwante
sites

Mei 2007


Luxor (Egypte) - Khartoum (Sudan)

Luxor is een gezellig stadje. Iedereen die eruit ziet als een niet-Egyptenaar wordt helaas wel voortdurend aangeklampt om iets te kopen of een rit te maken op een paardenkoets en wij ontsnappen er aanvankelijk ook niet aan. Maar ons hotel ligt achterin en vertoeven dus vaak in het iets minder toeristische gedeelte. Daarenboven herkennen de Luxorianen ons na enige dagen en weten waarvoor we komen. D.w.z. dagelijks kunnen ze ons verwachten in de verse fruitsappenzaak en halen we falafel of koshari af maar we hebben geen interesse om de fiets achter een toeristische paardenkoets te hangen.

Na goed recuperen en uitrusten, genieten we van alle knappe rijkdom uit de oudheid waarvoor de meeste toeristen komen. Wij geraken vlot met de fiets op de veerboot naar de andere oever en trappen zo van de koningsvallei naar de tempel van Hatsjepsut. We staan versteld van de grootsheid en schoonheid van deze bezienswaardigheden en besluiten enkele dagen later nog eens de Nijl over te steken om de graven van de nobelen en de tempel Medinat Habu te bekijken. Uiteraard staat ook Karnak op het programma. Natuurlijk hebben wij het geluk om wat tijd te kunnen nemen en vermijden zo de gevreesde reizigersziekte OAE (= Ancient Egypt Overload).

Om geen 200 km geescorteerd te worden door de politie, gaan we met de trein naar Aswan. We doen een tussenstop in Edfu waar we de best bewaarde tempel uit Egypte bewonderen. Onze Lonely Planet is nu ongeveer volledig doorgelezen en we begrijpen heel wat meer van de godenverering, de betekenis van de hierogliefen en tempelarchitectuur. Goed voor ons, minder leuk voor de lokale gids die van ons niet echt rijker werd. De treinrit typeert het Egyptische toeristenbeleid. We worden met lichte aandrang gevraagd te reizen met een van de treinen die 'veilig' is voor toeristen, m.a.w. een eerste of tweede klasse trein met airco en politie aan boord. Wij geraken in een leuk gesprek verzeild met de verschillende nieuwsgierige Egyptenaren die wat Engels kunnen. Totdat meneer de politie in onze coupe binnenloopt en al onze gesprekspartners wegjaagt. Wij snappen er niets van en krijgen als antwoord op onze verbaasde blikken: "It's okay, I'm police." Opnieuw een eigenaardige invulling van de job toeristpolitie als je 't ons vraagt. Als de politie uit het zicht verdwenen is zetten onze Egyptische vrienden zich terug bij ons terwijl wij eigenlijk nog wat in schok zijn... Het is de eerste keer dat we niet mogen samen zitten, laat staan praten, met "locals"!

De tweede trein die we nemen is echt leuk. Het ticketje is spotgoedkoop en we zitten in derde klasse 'op eigen risico'. Om de hitte te bestrijden blijven de deuren open terwijl we rijden en zit er geen glas in de ramen. De vloer ligt vol met stukken rietsuiker die opvliegen als de trein langs de vruchtbare Nijl raast. De mannen die meereizen schamen zich ook niet om de hele tijd te rochelen en overal te spuwen. Bijzonder.

Aswan is groter dan we denken en het besef dat we Egypte moeten verlaten sijpelt binnen. We wisselen geld, regelen een visum voor Sudan en kopen ticketten voor de boot om de grens over te geraken. Op een dag zijn we een pak armer: 100 dollar per visum en 496 EP voor de boot. Voordat we de trotse bezitters zijn van dit visum moesten we trouwens eerst op gesprek bij de consul van Soedan. Een beetje spannend en best ook grappig toen de consul vroeg "what do you know about Sudan?" en Lea een beetje verward antwoordde "I think you know better than we do" . Het gesprek werd uiteindelijk door de consul afgerond met "Sudan is a good country and there are only two bad things: America and the media".

Voor ons vertrek uit Egypte hebben we onszelf nog verwed met twee uitstapjes. Een rit naar Abu Simbel en een tochtje op de Nijl. Voor de uitstap naar Abu Simbel verzamelen alle bussen en taxi's om 3u30 's nachts en racen dan in konvooi 180km zuidwaarts naar de momumentale tempels langs Lake Nasser. Allah is groot en machtig, maar Ramses II toch ook... Voor het tochtje op de Nijl kozen we voor een authentiek zeilbootje of felucca. Heerlijk romantisch op de langste rivier van Afrika. dobberen met Mustafa als kapitein. Een super vrolijke man die al zingend aan het zeil hing en veel wist te vertellen over de kleine eilandjes die we passeerden.

Maandagochtend werden we voor 10 uur verwacht om in te schepen voor de boot naar Sudan. We fietsen ons dadelijk weer in het zweet op weg naar de High Dam. Slechts 20 km maar het is al verdomd heet en bergop. Hoeveel douaniers we moeten passeren is onduidelijk en welk papiertje we wanneer moeten afgeven is onduidelijk. Arabisch lezen blijft een klucht. Maar het gaat allemaal snel, met de fiets moeten we nooit aanschuiven en staan dus niet in de rij van 200 mensen die een volksverhuizing houden naar Sudan.
Als de boot eindelijk in zicht is, staan we paf! Wij moeten bijbetalen voor de fiets, maar wat de mensen hier meenemen is onvoorstelbaar: bedden, koelkasten, 20 bezems, dozen, zakken, kartonnen met feta in tetrabrick, emmers confituur, kilo's conserven, ventilators. Elke persoon neemt een extra kubieke meter baggage mee en is vastberaden dit op de boot te krijgen. Niets verloopt nog georganiseerd, iedereen werkt zich in het zweet, en de "afrikaanse" chaos is compleet! Het verbaast ons niets dat we niet afvaren voor de schemer invalt. Achter ons vertrekt nog een volledig vrachtschip met baggage die niet op het schip geraakte. Iedereen twijfelt of de salons die meterhoog op elkaar gestapeld werden de overtocht zullen overleven. Als iemand nog een zetel zoekt, Lake Nasser ligt er hoogstwaarschijnlijk vol mee.
We ontmoeten vele overlanders van Engeland, Duitsland en Denemarken en komen ook backpackers uit Belgie tegen. Iedereen komt op dit knooppunt tesamen omdat er geen andere manier is om Sudan binnen te geraken. Leuk om nog eens verhalen uit te wisselen en info door te geven die nuttig kan zijn in de volgende landen. Sommige moeten duidelijk wel nog wennen aan het "afrikaanse ritme", dat alles wat trager en chaotischer verloopt.

Iedereen vecht voor een plekje om te zitten of te slapen. Doeken worden over het bovendek gespannen om wat schaduw te hebben. De hitte is het onderwerp van de dag zowel onder de toeristen als onder de Sudanezen. Vaak worden we van ons stekje weggejaagd, eerst door de kapitein, nadien 's nachts omdat het voordek onder water loopt. We klimmen dan maar op het dak van de commandopost naast de radar en slapen verder hoog en droog.
In de vroege ochtend gaat iedereen aan stuurboord staan om te kijken naar Abu Simbel, dat door de Unesco in de jaren 60 volledig verhuisd is (omdat dit kostbare werelderfgoed anders zou verdwenen zijn als het stuwmeer zou vollopen). Als we de volgende dag rond 12 uur aanmeren, willen we graag uitschepen maar worden eerst getrakteerd op meer staaltjes Afrikaanse organisatie. Iedereen moet nog 3 uur blijven zitten omdat de paspoorten eerst naar Wadi Halfa moeten om afgestempeld te worden. Eigenlijk zien we de pret hier wel van in en lachen heel wat af met de gang van zaken. Stel je voor elke week zulke taferelen!

Zo gauw we weer meer vaste grond onder de voeten hebben - het is te zeggen, los zand of stof - merken we meteen hoe sterk dit land verschilt van Egypte. Er straalt een enorme rust uit van dit land en de mensen. Al heel snel blijkt het de waarheid te zijn dat de Sudanezen tot de vriendelijkste mensen ter wereld behoren. Sudanezen zijn erg geinteresseerd in je verhaal maar dringen zich allerminst op. Lea voelt zich ook helemaal niet meer bekeken (waar ze enorm van geniet na zeker drie landen met nogal opdringerige mannen) en iedereen is beleefd. We voelen dat we meer en meer aankomen in het hart van Afrika. Heerlijk gewoon...

De mythe dat Sudan goedkoop is, is helaas niet waar. Hoe dit komt, begrijpen we niet echt. Omdat de currentie zo hoog ligt of omdat de meeste producten uit het buitenland worden ingevoerd? We moeten alleszins oppassen en zien dat we niet te veel uitgeven. Verse groenten en fruit laten we even voor wat het is. Mango's en guava's zijn echter wel goedkoop maar het is een knoeiwerkje om deze te pellen. Voorlopig eten we dus maar duchtig verder van onze gedroogde dadels en bonen in blik.

We weten van alle fietsers in Afrika, ook van de die-hards die de Tour d'Afrique van Cairo tot Kaapstad fietsen, dat de wegen in Sudan absoluut het meest erbarmelijk zijn (als er dan al sprake is van een weg... meestal mag je geoon recht de woestijn door).. Daarenboven krijgt niemand zijn dorst meer gestild in dit seizoen. We doen er dus heel wijs aan met lokaal transport verder te rijden. Dat we nu wat minder op de fiets zullen zitten, betekent allerminst dat het avontuur gedaan is. Omdat asfalt tussen Wadi Halfa en Abri afwezig is, maar zand, kuilen, en putten des te meer, rijden hier alleen trucks die omgebouwd zijn tot bus of 4x4 wagens. Baggage en mannen mogen ook op het dak zitten. Wij krijgen een zitplaats op een ijzeren bank toegewezen die ons zitvlak veel minder spaart dan onze fietszadels! Ook onze fietsen zien meer af dan ooit tevoren. Afrikanen weten zeer goed hoe je iets kan vastbinden zodat het muurvast zit. Helaas sneuvelt daardoor een fietslicht, geraken de pedalen beschadigd en zitten de spatborden en drinkbushouders verwrongen.
De bus zit stampvol. Vrouwen die net voor het instappen nog huilen bij het afscheid nemen van de familie of vrienden, brengen de sfeer er dadelijk in. Er wordt gelachen, geschaterd, handen geklapt en gezongen. Als wij meeknippen met de vingers gaat iedereen uit zijn dak. De hoofdoek gaat veel losser, en het zorgvuldig bedekken van schouders en armen (wat we in dit land verwacht hadden) blijkt sterk overdreven. Velen houden wel een doek voor de mond. Dat is hier nodig want het stof en zand waait met tonnen de truck binnen en pakt op de longen.

Lea was zo vriendelijk iedere Europese medereiziger te verwittigen dat de meeste toeristen in Sudan ziek worden. Helaas valt Lea zelf als eerste slachtoffer van reizigersdiarree in het eerste dorpje waar we verblijven. Niet evident als het sowieso al moeilijk is vocht op te houden. De meeste backpackers reizen verder maar wij blijven wat langer in dit dorp om terug fit te worden. Slapen doen we in een lokanta, een hotel waar iedereen een bed uit een kamer sleurt en 's nachts gezamenlijk op de binnenkoer gaat liggen om wat af te koelen. Wij leren snel hoe de Sudanezen met de warmte omgaan. Zij kunnen er echt niet veel beter tegen dan wij maar passen zich beter aan. Tussen 11u en 16u30 loopt niemand over straat maar ligt iedereen in de schaduw te slapen. Zonder airconditioning doen we precies hetzelfde. De lokanta waar we slapen is bovendien het centrum waar iedereen samentroept. Iedereen staat te kijken hoe 4 mensen domino spelen. Ook Kobe mag een spelletje mee doen. Tegelijkertijd wordt dit spelletje een interview: vanwaar kom je? Wat is je naam? De antwoorden verspreiden zich als een lopend vuurtje door het dorp. Wanneer Kobe later en de volgende dag inkopen gaat doet, klinkt het van overal: "Jakoep, how are joe?" Op het heetst van de dag gaan de jongemannen van het dorp zwemmen in de Nijl. Niets lijkt leuker dan een verkoelende plons in het water, maar we hebben te veel schrik om bilharzia op te lopen. Dus zeggen we dat we niet kunnen zwemmen, wat ze graag geloven. In Belgie hebben we immers geen Nijl... Wanneer de nacht invalt, wordt de televisie buitengezet en na het bidden zit Mohammed en alleman voor de beeldbuis gekluisterd voor de dagelijkse soap.

Ondanks lange onderhandelingen om een plaatsje voor de bus te reserveren daags voordien, worden we toch geweigerd op te stappen. Waarschijnlijk omdat we geen dikke fooi voor de fietsen willen betalen. Nu, we willen ook geen drie dagen meer wachten dus moeten we mee met een boksi. Pick-ups met banken achterin voor personenvervoer. Op twee verschillende bokasi wordt telkens een van onze fietsen vastgebonden. Ondertussen hebben we de overige lichten al verwijderd om nog meer schade te vermijden (geen overbodige luxe, bleek later).
Om 11u stuiven we opnieuw door de woestijn. De dorpjes die we passeren zijn prachtig. Huisjes staan her en der en meestal zijn ze ommuurd. De kleuren van de modderstenen passen harmonieus in de omgeving en de poorten zijn vaak mooi versierd in prachtige kleuren. De tocht duurt 8 uur, maar gelukkig stoppen we af en toe om de wielen te checken (en herstellen) of bij een plek om te drinken of te eten. Pepsi en Stim (=fanta) gaan razendsnel over de toonbank. Wij vullen onze flessen weer met water en voegen gauw wat druppeltjes desinfectant toe om ons darmstelsel wat te helpen.

Aangekomen in Dongola zoeken we weer de goedkoopste lokanta. Dit is eigenlijk al een behoorlijk grote stad, natuurlijk geen flatgebouwen maar we zijn verrast door de keuze in de supermarkten. Als we ons registreren bij de politie (een voorwaarde voor we ergens mogen "inchecken"), komen we de overlanders terug tegen. Onze chauffeurs van de bokasi konden er wat van want de Europeanen met hun 4x4's hadden voor hetzelfde traject twee dagen nodig. We horen hoe iedereen heeft afgezien elke voertuig schade heeft opgelopen. De motorrijders zijn gevallen en hadden deze etappe niet gehaald als ze geen drinken mee konden in de 4x4 van hun landgenoten. Blij dat wij niet zijn achtergebleven, ergens halverwege vastgeraakt met de fiets in het zand...
We verkennen dit stadje helemaal, te voet, per fiets of per riksja. We belanden in een souq waar geen toerist binnenwandelt en worden van de ene naar de andere kraam gelokt. De meest enthousiaste marktkramer belonen we graag en geven onze dinars in ruil voor lekkere bananen.

Nog een rit tot Khartoum. We reserveren een plekje in een vrij normale bus en zijn opnieuw zenuwachtig voor de rit. De fietsen liggen op het dak, de fietszakken onderin. Je moet het maar vertrouwen. Opnieuw reizen we op onverharde weg. Plots begint de iets te stinken en wat later rammelt iets achteraan de bus. De chauffeur wordt gevraagd te stoppen en enkele mannen stappen uit om het probleem vast te stellen. Wie waarvoor verantwoordelijk is, is in dit land nooit duidelijk. Toch duiken er genoeg mecaniciens op die beginnen sleutelen onder de bus terwijl de zon verschroeiend is. Na een uur pauze rijden we verder. De geur doet ons twijfelen of het probleem verholpen is. In Debba stapt iedereen uit. Wij interpreteren op basis van onze vorige ervaringen dat dit voor het middageten moet zijn. Eenmaal uitgestapt, zien we onverwacht onze bus vertrekken met de fietsen op het dak. Zorgen maken heeft geen zin, dus we doen wat iedereen doet. Zoeken een beetje schaduw, kopen een cola en wachten. Drie uur later duikt de bus plots weer op. Gerepareerd, gelukkig nog steeds met onze fietsen op het dak.

Veel te laat 's nachts komen we aan in (voor) Khartoum. Wij moeten nog checken of we welkom zijn bij onze gastheer van couchsurfing. Hij woont dicht bij het gebouw van de UNmission, maar de bus rijdt niet verder. Het is 23u en wij zien ons genoodzaakt al fietsend verder te gaan. Gelukkig helpt half Khartoum ons de weg te wijzen. Ze tekenen plannetjes, roepen er andere vrienden bij die "full English" praten om ons te kunnen verzekeren welke richting we uit moeten. Verschillende mensen nodigen ons uit bij hen te blijven slapen (en dit in een stad... zoiets hebben we nog nooit meegemaakt) en de volgende dag pas verder te zoeken. Maar wij kiezen ervoor toch eerst even internet te checken en bellen Matt. Goed nieuws. Hij is nog steeds wakker en verwacht ons!

Matt en Ismini zijn een uitstekende gastheer en -vrouw (met een appartement met airco!!!). Ze werken beiden voor de UN en kunnen ons heel veel vertellen over de politiek van Sudan en de problemen in Darfur. Het laat ons niet koud wat er gebeurt in de landen die we kruisen. Buitenlands nieuws wordt binnenlands nieuws, als het ware. We krijgen de kans om de gebouwen van de UN te bezoeken en Lea mag zelf een rit maken door Khartoum met een van de UN-jeeps na een nachtelijk feestje. Waar we overigens hals over kop moesten vertrekken omdat de Sudanese politie plots verscheen en iedereen wou arresteren wegens de aanweizigheid van alcohol (zwaar verboden in Sudan).

Obdurman, aan de andere kant van de Nijl, is een uiterst gezellige plek waar enkel Soedanezen wonen. Elke vrijdag houden ze een dansritueel voor de Hamed el Nil moskee, een fantastisch gebeuren met groot publiek. Wij trekken ernaar toe met lokale busjes, moeten enkele keren overstappen en gokken telkens een beetje de juiste richting. Tijdens de vertoning aan de moskee worden we aangsproken door talrijke mensen. Vele Soedanezen vinden het zelf een beetje een bizar gebeuren (de mensen dansen zo hevig en geraken daarbij zowat in trance), zijn blij om wat Engels te kunnen spreken en we lachen wat af. Ze vragen of we volgende week terugkomen, maar we vertellen dat we dan al richting Ethiopie zijn... wat we beide toch wel een beetje spijtig vinden.

Een warm land Sudan! Zowel het klimaat als de mensen!

Heel veel liefs,
Lea en Kobe