Home

Yenege Tesfa
Yenege Tesfa Steunen Acties Nieuwsbrief Foto's



Nieuwsbrief van 7 april 2008

Waar begin je met een nieuwsbrief als je vier weken niets meer geschreven hebt? Op de dag van vandaag dan maar: maandag 7 april. Een dag met vele indrukken en de eerste dag na twee weken afwezigheid. De komst van Lea haar moeder eind maart was een goed excuus om YT een eerste test op zelfstandigheid te laten ondergaan. Na bijna een jaar van intense samenwerking vonden we het hoogste tijd om YT eens “alleen” te laten. Wij waren dus wel in Gondar, maar verschenen niet op de buro (uitgezonderd dan het bezoekje van de moeder aan het project). Zowel voor Nigisti als voor ons is dit nuttig. Na twee weken wordt het duidelijk waar we immers nog aan moeten werken, wil YT binnen enkele maanden, na ons vertrek, zelfredzaam zijn. Van sommige projecten of initiatieven is de duurzaamheid al zichtbaar, andere vallen echter te snel in elkaar. Intake-gesprekken worden degelijk uitgevoerd en opgeschreven, de files van de jongens worden aangevuld, de communicatie via meetings wordt onderhouden. Maar de boekhouding is weer een chaos, Kassahun (medewerker YT) komt enkele keren niet opdagen en enkele jongens gedragen zich uiterst slecht.

Maandag

De dag begint meteen met een onaangekondigd bezoek van UNWFP (United Nations World Food Program). Een team van drie mannen die zich in onze buro zetten en daar de volgende twee uren verblijven. Zij hadden, na ons bezoek in Addis, besloten YT nog een kans te geven en zouden langs komen voor een grondiger gesprek (lees 'controle'). Vergelijkbaar aan een bezoek van de inspectie in het onderwijs in Belgie, vroegen deze mannen elk document op en zochten naar vragen die we onmogelijk konden antwoorden. Binnen twee weken mogen we antwoord verwachten, maar de kans is klein dat ze de samenwerking zullen voortzetten.

Nadat WFP weer weg was, bestormden onze jongens de buro. Luid handgeklap en schouderbegroetingen omdat we terug zijn. Maar dan al snel weer problemen oplossen. Het is verbazend hoe vlug we het waren vergeten maar werkelijk elke jongen heeft hier een probleem, vaak elke week een nieuw probleem.

Enkele voorbeeldjes?

Kleine Eshatoe had weer op straat geslapen. De vierde keer in vijf maanden. Het reglement, dat we samen met de jongens hebben opgesteld, zegt echter dat op straat slapen niet toegelaten is. Praten lijkt niet meer te helpen dus sturen we Eshatoe uit de buro met lege handen, dus geen eten, fruit en zeep. Hij moet er maar eens goed over nadenken en ja, wij ook. Morgen mag hij terug komen om onze beslissing te vernemen. We zullen hem niet wegsturen maar hij moet beseffen dat het menens is. Niettemin, het doet pijn om hem zo klein en met rode ogen te zien vertrekken. Hij heeft geen familie meer en dan krijgt hij ook nog eens op zijn donder van ons.

Of Addisu. Hij wil vandaag plots geld om naar de bijlessen te gaan. Maar hij heeft nog geen enkele training of activiteit die wij hem aanboden degelijk afgemaakt. We kunnen geen kansen blijven geven, dus ook geen geld voor hem. Hij vertrekt boos. Wij moeten onszelf overtuigen dat we een goede beslissing hebben genomen.

En Eniyew zit met zijn handen in de haren. Hij stelt school als prioriteit en wil hard studeren om zeker naar de volgende graad (klas) te mogen gaan. Maar hij krijgt het niet gecombineerd: school, studeren, werken, avondlessen Engels, eten, enz. Hij moet werken om geld te verdienen, YT voorziet immers eten maar niet voldoende om de honger te stillen van onze grotere kerels. We stellen hem voor de taalschool te laten vallen, hij mag het dan in de zomervakantie inhalen. Daar komt natuurlijk groot protest op van de andere jongens.

Sisay heeft het tegengestelde probleem. Hij wil graag de hele week naar de taalschool. Omdat hij echter zo jong is, vinden we het beter dat hij enkel in het weekend gaat. Dan wordt er immers op een lager niveau Engels geoefend, met leeftijdsgenoten. Hij verbergt zijn gezicht, er rolt een traan over zijn wang. We denken dat hij met nog een ander probleem zit, maar hij wil niet meer praten. Over twee maanden mag hij starten bij de oudere groep, tijdens de week. Hij knikt stilletjes en verdwijnt.

Alemu wil geld lenen voor zijn 'winkeltje'. We werken echter met microkredieten en kunnen hem geen geld lenen zolang andere jongens nog grote bedragen moeten terugbetalen. Hij is teleurgesteld is zijn 'broers' omdat die hem beletten sneller vooruit te gaan. We begrijpen het en moeten dit systeem misschien toch maar eens herzien.

En Alazar belt Nigisti op. Hij ligt zeer ziek thuis en kan zijn broodcoupons niet op de buro afhalen. Hij heeft totaal geen eetlust meer omdat eten braakgevoelens oproepen. Echter, ART (HIV/Aids medicatie) nemen is behoorlijk toxisch als je er niets bij eet. Maar stoppen is ook absoluut af te raden. Bovendien horen we dat hij op de koop toe een bronchitis heeft. Dit klinkt niet goed. Kobe, Nigisti en Pieter (nieuw bezoek uit Belgie) nemen gauw een taxi om hem op te zoeken.

In de namiddag krijgen we een man over de vloer. Eveneens met HIV/Aids. Hij is op zoek naar bloeddonors. Omdat Kobe de meest fitte van ons is, stelt hij zich kandidaat. Er wordt goed gelachen als Nigisti vertelt dat deze man binnenkort met 'farenjie' (of 'blank') bloed rondloopt.

Mulat, een van de guardians, komt verslag uitbrengen over de voorbije week in de shelter. Behalve Eshatoe is er niemand te laat of niet thuis gekomen. En er waren ook geen ruzies. Goed nieuws dus. Maar wat blijkt dan wel een probleem? De shelter op zich. Sinds enkele dagen is het (mini-)regenseizoen gestart en dat hebben de jongens geweten. Ondanks het nieuwe dak regent het toch ergens binnen. Via het afvoergat in de muur loopt het regenwater de WC binnen ipv via de voorziene greppel verder naar de vallei. En de douche, waar dan juist wel water uit mag komen, werkt niet meer. Daarenboven is er ook nog eens een electriciteitsrekening toegekomen die vijf keer hoger is dan de voorbije maanden. Terwijl de shelter maar over twee kleine gloeilampjes beschikt. Het kan niet anders dan dat de buren massaal aftappen…

Onverwacht valt ook Gebremeriam de office nog binnen, onze toenmalige tweede guardian. Na vele twijfels hebben we enkele weken geleden besloten hem te ontslaan. Met een aanbevelingsbrief en een extra centje is hij in vrede vertrokken. Niettemin, vandaag leek hij in een andere moed en kwam hij om meer geld vragen. Voor zijn extra diensten, zoals een kind van YT dat hij heeft begraven of zijn hulp bij de verbouwingen van de shelter. Toen hem duidelijk werd dat we geen geld meer zouden toesteken, dreigde hij dat hij naar de rechtbank zou stappen.

Tenslotte krijgen we in de namiddag nog een man over de vloer. Een zoveelste slachtoffer van HIV/Aids. Hij is op zoek naar bloeddonors. Omdat Kobe de meest fitte van ons is, stelt hij zich kandidaat. Er wordt goed gelachen als Nigisti vertelt dat deze man binnenkort met 'farenjie' (of 'blank') bloed rondloopt.

Uitstap Addis

Midden maart trekken we een weekje met het YT-team naar Addis Ababa. Dat wil zeggen, wij financieren het transport en hun verblijf maar zij moeten het doen: afspraken vastleggen, het woord voeren en ervaring opdoen. Wij gaan overal mee heen maar houden ons daarbij wel op de achtergrond. Het wordt een erg succesvolle week.

We hebben een gesprek met het hoofd van UNWFP (= world food programme van de VN) dat voor veel verheldering zorgt omtrent één van de projecten van Yenege Tesfa: het toedelen van eten aan 120 kansarme gezinnen. We begrijpen nu beter waar de communicatie tussen YT en WFP voorheen misliep. De informatie wordt niet rechtstreeks doorgespeeld maar via HAPCO (HIV and Aids Prevention and Control Office). Het is deze laatse instantie die echter sinds augustus vorig jaar geen rapporten meer doorstuurd aan WFP. WFP heeft om zijn beurt dus geen zicht op de huidige ontwikkelingen van YT en beoordeelt de organisatie op informatie van begin vorig jaar. Wat helaas een minder goede periode was voor YT.

Daarnaast hebben we afgesproken met Dr. Mulat. De eigenaar van de shelter die recentelijk weer zijn ontevredenheid liet blijken omdat hij nog steeds geen 'Quarterly Reports' van YT had ontvangen (ondanks dat deze wel degelijk naar zijn postbus zijn verzonden) en omdat zij familienaam niet genoeg geëerd werd op oa. de website van Yenege Tesfa. Het gesprek komt maar met moeite op gang. De man zijn interesse is nihil en zijn blik wijkt amper van zijn computerscherm. Als hij “go on” antwoordt op directe vraag aan hem van Kobe, wat er overduidelijk op wees dat hij geen bal geluisterd had, barst Lea uit. Het plan ons op de achtergrond te houden mislukt, Nigisti nijpt in Lea haar hand uit schrik dat ze gaat huilen. Dr. Mulat lijkt echter wakker te schieten en het vervolg is iets positiever. We komen tot enkele constructieve - beter gezegd sussende - afspraken die hem en zijn familie wat meer in de spotlight stellen in ruil voor toelating om het shelterprogramma verder te mogen uitbouwen, en verlaten zijn kantoor in vrede. Niettemin, hij blijft een man die we liever niet te veel ontmoeten.

We bezoeken ook de organisatie 'Hope Enterprise' (www.hopeenterprises.org ) in het centrum van Addis. Zij verkopen maaltijdsbonnen (zonder winst) op een gelijkaardige manier zoals YT broodbonnen verkoopt in Gondar. De maaltijdbonnen dienen voor de allerarmste mensen van de straat. Tijdens het middaguur kunnen deze mensen in het centrum een maaltijd krijgen in ruil voor zo een bon. Dagelijks krijgen ze vaak meer dan 100 kinderen en volwassene over de vloer. De eetzaal hangt vol met tekeningen die de kinderen maken na het eten.

Nigisti moet verschijnen bij 'Ministry of Justice' in Addis. Yenege Tesfa zit immers in de problemen. De licentie van YT is verlopen en de vernieuwing ervan houdt (natuurlijk) veel bureaucratie en (natuurlijk) veel geld in. Daarvoor heeft YT een auditor of boekhouder nodig, eerst één in Gondar, nadien nog eens door iemand uit Addis. Onze huidskleur zou echter de prijs voor zo'n iemand drastisch verhogen, dus blijven wij uit de buurt. Na heel wat onderhandelen krijgt Nigisti een voorlopig papier mee waarop staat dat de vernieuwing van de licentie 'in proces' is. Voldoende voor YT om weer een tijdje (legaal) verder te kunnen maar het probleem is helaas nog niet van de baan.

Last but not least, bezoeken we de projecten van de Belgische vzw Siddartha (www.siddartha.be), hoewel die in Ethiopia volledig op Habesha's draait en Belgie zich dus voornamelijk op fundraising richt. We hadden van andere reizigers veel positiefs gehoord over deze organisatie, en niets is minder waar. Deze organisatie verricht geweldig werk! De kleinschalige projecten die in Ethiopie plaatsvinden, lijken ook sterk op de richting die YT graag uitwilt. De projecten worden dan misschien wel vanuit Belgie gefinanciert, binnen Ethiopie wordt het volledig gedragen door de lokalen zelf. Firehun, de man in Ethiopie achter heel deze opzet, vertelt bijna twee uren open en eerlijk over hun activiteiten. Voor Nigisti en Kassahun is het een opluchting om te horen dat ook hij vaak moet vechten tegen de bureaucratie. Ze merken dat ook hij soms teleurgesteld is in jongeren die de kans laten schieten om iets te maken van hun toekomst.Ze putten hoop uit zijn ervaringen. Firehun neemt ons mee naar twee van zijn projecten.

Het eerste project is een shelter waar straatjongens de kans krijgen om twee jaar te wonen. Gedurende het eerste jaar krijgen ze een intensieve circustraining en wordt er zo aan hun zelfbeeld gewerkt. In het tweede jaar krijgen ze een opleiding in hout- en metaal bewerking. 's Avonds krijgen ze allemaal avondles.

Het andere project dat we bezoeken heet 'Little Heaven'. Het betreft een huis voor weeskinderen met HIV/Aids, met een team dat uiterst zijn best doet de kinderen geborgenheid en liefde te geven. Gemiddeld hebben de kinderen nog twee jaar te leven. Nigisti, Kassahun en wij zijn erg ontroerd door dit project. We spelen en dansen met de kinderen en verbazen ons dat zij er zo gelukkig uitzien. Het is de eerste keer dat we kinderen zien spelen met “echt” speelgoed. Dat we kinderen zien die echt “kind” mogen zijn,met zelfs een knuffelbeer in bed. We vinden het besef zwaar dat deze kinderen van geluk mogen spreken terwijl net zij ook het slachtoffer zijn van een ongeneeselijke ziekte.