|
| ||||
| Yenege Tesfa | ||||
| Yenege Tesfa | Steunen | Acties | Nieuwsbrief | Foto's |
Als er iets 'booming' is, is het wel ecotoerisme. Grote advertenties van professionele reisbureau's die je een reis kunnen garanderen echter dan echt, avontuurlijker dan avontuurlijk of inheemser dan inheems. Of nog beter: een reis zonder dat je voetsporen nalaat bij de plaatselijke bevolking. Mij is nog altijd niet duidelijk wat ecotoerisme dan wel voorstelt. Maar dat het lijkt of je goed bezig bent, dat moet haast wel.
'Ecotoerisme' klinkt net zo goed als 'bioproduct'. Het is een van die benamingen waar geen spatje aan te bemerken valt. Met Tui Travel boek je je eco-reis en aangekomen in het exotisch oord naar jouw keuze - zeg maar Afrika - reis je van Ecolodge I naar Ecolodge II. Ecotoerisme is hip, ook in Ethiopië, het woord is zichtbaar gekend in zowel het land van vertrek als land van bestemming.
Voor velen is het doel van vakantie: er tussenuit knijpen en niet te veel nadenken over je doen en laten. Je wil tegelijk de wereld zien en liefst daar waar ze nog heel anders is dan in je eigen comfortabele land(je). Dus laat je het reisbureau alles voor je boeken en hoef jij enkel je koffers nog te pakken. Maar eigenlijk moet je diep vanbinnen wel toegeven dat je weet dat daar mensen zijn armer dan jij, dat toerisme vaak een enorme impact heeft op het land van bestemming en dat de natuur misschien ook wat aangetast wordt van de CO2-uitstoot van je vliegtuig. En zijn dat nu niet precies die dingen waar je tijdens je vakantie niet over wil piekeren? Gelukkig biedt ecotoerisme het perfecte alibi.
Dus gaat - beter gezegd laat - de ecotoerist op internet boompjes kopen en planten om de CO2-uitstoot van zijn/haar vlucht te compenseren, stapt hij in de airco-bus om van achter het raam wat kiekjes te trekken van de armoede in de sloppenwijken van Gondar, vervolgens even uitstapt aan het schooltje dat de gids voor hem uitgekozen heeft alwaar een donatie achtergelaten wordt, om daarna te bekomen van de indrukken in een sterrenhotel waarvan het restaurant exclusief geïmporteerd westers eten serveert. Na inlossen van het schuldgevoel, kan de volgende dagen eindelijk van de welverdiende vakantie in Ethiopië genoten worden.
De reiziger die meer van wandelen houdt, opteert misschien niet voor de bustrip maar voor een ecowandeling. Bijvoorbeeld een ecologisch verantwoorde trip nabij Lalibela, want je gaat in dagetappes van de ene streekhut naar de andere, en je overnachtingshuisje is precies zo (na)gebouwd dat het overeenkomt met de andere woningen uit het dorp. Natuurlijk heeft jouw huisje wel voortdurend water (om van de boiler voor de douche maar te zwijgen), ook al deel je het schaarse water met de lokale bevolking - maar ja, het moet vakantie blijven anders komt zelfs de goedmenende ecotoerist hier ook niet meer. En als je even goed kijkt zie je dat jouw ecohuisje onder de moddermuren echte steen heeft in tegenstelling tot het gebruikelijke vermolmd hout. Maar niet getalmd, de volgende dag ga je als ecotoerist enkele families steunen door een bezoekje. Het zijn boeren die teff (een plaatselijk graan) verbouwen. Voor je komst regelen ze een speciale koffieceremonie met eigen gekweekte bonen. Omdat ze je zo goed verzorgd hebben geef je een goede tip van 1 euro. Ook de schattige kindjes krijgen elk nog een pen of wat centjes voor school.
De toerist die vroeger nog gewoon toerist was, ziet in zijn reis en bezoek “achter de schermen”geen graten en gelooft in zijn duurzame bijdrage (zonder echt te weten wat die wel was) want per slot van rekening is hij/zij nu ecotoerist. Terug thuis zal de ecotoerist dan ook uitvoerig kunnen vertellen wat Afrika nodig heeft om een welvaartscontinent te worden. Hij heeft het immers met eigen ogen gezien en beleefd.
Wat onze ecotoerist vergeet of niet beseft, is dat de de armen waar de bus passeerde maar niet stopte, denken dat blanken bang zijn van zwarten en daarom bij hen niet durven uitstappen. Of dat eigenlijk maar één schooltje profiteert van die donerende toeristen, aangezien de gids iedereen altijd naar dezelfde plek brengt alwaar hij zeker is van zijn fooi. Dat daarmee het hele onderwijssysteem veranderd zou zijn, blijft dus een illusie. Dat die boerenfamilie waar je langsgekomen bent zich nu minder op teff concentreert (waar de hele gemeenschap van moet eten) maar zich meer richt op aangekleede koffieceremonieen - omdat één fooi van de ecotoerist meer geld opbrengt dan twee daglonen - was ook al een onvoorzien effect. Laat staan dat de kindjes nu regelmatiger hun hand uitsteken naar blanken voor centjes of een pen. Ook door extra bomen te laten planten heeft hij de milieubelasting door zijn langeafstandsverplaatsing niet ongedaan kunnen maken (al mag erkend worden: het is een mooi begin). De situatie is dus meer dan complex.
Maar er is ook een postieve zijde aan (eco-)toerisme. Als je maar een beetje weet wat je doet, daar gaat het om. Toerisme brengt heel wat effecten teweeg; soms negatieve maar heel vaak positieve en die zijn heus niet pas ontstaan sinds de opkomst van ecotoerisme.
Toerisme betekent economische groei, heel belangrijk voor een land om uit de armoede te komen. Toerisme geeft impulsen. Toerisme betekent culturele verrijking en kansen voor wederzijds begrip. Toerisme kan bepaalde problematieken onder de aandacht brengen of nog maar eens onderlijnen hoe goed we het al hebben. Toerisme kan daarenboven beschermend werken, onder andere doordat inkompremies helpen natuurreservaten te onderhouden of historisch patrimonium te beheren. Op de juiste manier kan toerisme zelfs bijdragen om de cultuur van minderheden te helpen overleven. Bijvoorbeeld, dankzij de globalisering hebben meer en meer stammen in Zuid-Ethiopia toegang tot goedkope producten zoals kleren uit de wereldmarkt. Keerzijde daarvan is wel dat velen van hen meer en meer kiezen om hun traditionele dure (=tijdrovende vervaardiging) kledingdracht los te laten. Toeristen die deze unieke inheemse culturen mét traditionele klederdracht willen bewonderen en de bevolking daarvoor belonen, stimuleren in die zin toch het voortbestaan van de diversiteit tussen volkeren.
Het moet gezegd, duurzaam reizen is dus mogelijk. En daar kan een toerist gerust voor kiezen. Maar de zelfbewuste toerist weet wel min of meer wat hij doet, of relativeert toch enigszins zijn/haar status van 'neutrale bezoeker'. Die relativering hoeft niet voort te komen uit schaamte of een negatief gevoel. Zoals eerder gezegd brengt toerisme kansen mee die een win-win situatie kunnen betekenen voor zowel de toerist als het gastland.
Uiteraard mogen we niet vergeten dat de zelfbewuste toerist nog andere mogelijkheden heeft dan Verwegistan, op de eerste plaats dichter bij huis. Louter om er even tussenuit te knijpen, zijn de Ardennen, de Normandische kust of een eilandje als Texel toch prima keuzes, niet? Maar zelfs als het wat exotischer mag zijn, is ook met het warm aanbevolen eco-programma van het reisbureau niets mis - zolang het reisbureau professioneel genoeg is om de plaatselijke bevolking werkelijk aan te zetten tot duurzaam investeren (en niet enkel in koffie voor de toerist). Een reisorganisatie met ecologisch verantwoorde programma's moet meer mensen bereiken dan de lokale gids en de enkele kunstschilder wiens werk slechts door de rijke toerist gekocht kan worden. Ze moet de inkomsten weten te verspreiden over de hele gemeenschap. Wil het reisbureau werkelijk spraak maken op een titel 'organisatie voor ecotoerisme' waardig, zou het zelfs het viersterrenhotel moeten aansporen het visgerecht te bereiden met lokaal gevangen tilapia i.p.v. geimporteerde paling uit de Noordzee.
Als het daar niet om draait, is ecotoerisme niet meer dan een mooie naam voor “reizen zonder schuldgevoel”. En wie gelooft niet dat daar geld uit te slaan is?
Nu pas een artikel over Pasen? “Up-to-date blijven dat doen ze daar niet in Ethiopia”, zo denk je misschien. Maar het ligt natuurlijk weer aan die unieke Ethiopische kalender. Sinds de overstap naar de Gregoriaanse kalender hier nooit gemaakt is, loopt Ethiopia wat achter op schema. Maar zondag was het dan eindelijk zover. Na twee maanden ring aan één vasten, konden we Jezus' verrijzenis vieren.
Zaterdagmorgen werden de voorbereidingen getroffen. Iedereen ging vers - t.t.z. levend - vlees kopen op de markt. Dat wil zeggen: de armsten een kakelende kip, voor zij die relatief meer vlees per kilo beest willen een loeiende koe en voor de rijksten een blatend schaap van zo'n 45 euro per stuk. De markt was overladen, op elk kruispunt stonden honderden hoeders met hun kudde, gekomen van heinde en ver. Wanneer in het holst van de nacht de zonsopgang nog 5 uur op zich zou laten wachten, vertrokken de boeren naar Gondar stad. Een paar uur later tot in de vroege namiddag stond je zelfs te voet in de file. I.p.v. 35 vrouwen, verkochten nu wel 350 vrouwen hun ajuinen op de markt. Pleinen waren zaterdag openluchtsupermarkten, netjes opgedeeld in rayons: voor tomaten, voor rode uien (=ajuin) en voor witte uien (=knoflook). En in elke zijstraat meer dieren dan mensen.
Wanneer iedereen gekocht heeft wat hij of zij wil, worden de dieren vastgebonden en op het dak van een minibusje gesmeten of meegesleurd aan een touw richting huis (slachtveld) van de nieuwe eigenaar. Het lijkt wel of de dieren weten dat hen een triest lot te wachten staat. Alleszins lief wordt een dier hier niet behandeld, maar goed.
Acht uur 's avonds gaan de mensen naar de kerk om pas zeven uur later (jawel: drie uur 's nachts) terug te keren. Vanaf die moment mag geslacht worden, maar de meesten stellen dat uit om eerst een uiltje te knappen.
Dit feest (meer dan Timkat) wordt in intiemere kring gevierd. En aangezien we met de jongens van de shelter een familie vormen waren wij uiteraard verwacht. De compound was goed bevolkt want buren en vrienden waren er ook. Bovendien hadden studenten van de universiteit geld verzameld om straatkinderen een paasmaal te kunnen schenken.
Onze jongens waren ongelooflijk lief en voorkomend. Op hun paasbest als ware: alles opgeruimd, kleren gewassen en met een grote glimlach. Wijzelf moesten werkelijk niets doen. De jongens legden het houtvuur aan om het rundsvlees op de braden, sneden ajuinen en brood, brachten ons een steen als stoel en zagen toe dat we niets te kort kwamen: een colaatje, een bord dat per genomen hap werd bijgevuld, enzovoort. Op zulke momenten kan je niet anders dan fier zijn op de gasten. Ze zijn gewoon echt klaar om als volwaardige burger - dat is de term die de overheid hier wil horen -door het leven te gaan. Streetlife's over.
De jongens genoten met volle teugen, maar hun 'goesting' was groter dan hun magen. Letterlijk. Na een bord had iedereen genoeg. Ze zijn het immers niet gewoon om grote porties te eten.
Daarna hebben we spelletjes bovengehaald. Kaartje blazen, Halli Galli en Bingo. Het eerste spel kenden ze nog van Kerstmis, maar wanneer Lea het spel met de bel te voorschijn toverde, was Kobe zijn medespelers snel kwijt. Gelukkig was er nog Bingo om Lea op haar beurt haar gezelschap af te snoepen. Bijna onbegrijpelijk hoeveel succes dit spel heeft. Nummertjes roepen en dan kijken of dat getalletje op jouw speelkaart staat. Nou ja, voor ons is dat natuurlijk de beste oefening om te leren tellen in het Amhaars. Als afsluiter leren we iedereen nog “scoobidooën”.
Als het eerste feest erop zit, moeten we naar het volgende. De Ethiopische moeder van Lea had ons ook uitgenodigd. Opnieuw massa's injera, kip en lam. Wanneer we niet meer kunnen, duwt zij ons met haar handen nog verschillende happen in de keel. Een ritueel dat betekent “liefde vloeit van jou naar mij” of “love flows”. Wij vragen ons even af of dit ritueel ook niet betekent: de druppel die de maag en slokdarm doet overlopen…
Onze prachtige dag zit er pas helemaal op als we ook nog eens een 'Doro weut' (= kip met ei in een rode saus van tomaten, pepers, ajuin en look) gegeten hebben bij Kassahun, onze medewerker van YT, thuis. Drie flinke maaltijden na elkaar. De dag erop, na twee maanden van streng vasten, ligt dan ook bijna elke Ethiopiër plat met buikpijn.
[klik...]
… het de laatste weken afzien was voor de mensen die geen toegang hebben tot leidingwater? De rivieren (normaal zo breed als de Lesse) staan ondertussen een goede maand helemaal droog.
… dammen gebouwd worden om het water van de sporadische regenbuien die het regenseizoen voorafgaan maximaal op te vangen? Als ze dat niet doen, zouden de mensen van de “rivier-carwash” immers technisch werkloos zijn.
… de elektriciteit hier momenteel komt en gaat en bovendien elke vier dagen voor een volledige dag en nacht afgezet wordt? Ironisch genoeg is de huidige overheid stevig aan het onderhandelen om energie te exporteren naar buurlanden zoals Sudan.